Prof. mr. T.M. Schalken
Het is inmiddels een versleten uitdrukking: het Openbaar Ministerie kan het nooit goed doen. Deze uitspraak wordt vooral gebruikt door OM-functionarissen als excuus voor een situatie waarin een bepaalde beslissing tot grote ophef leidt. Inderdaad, er zullen altijd beslissingen van het Openbaar Ministerie zijn die maatschappelijk of persoonlijk niet goed vallen. Het is dan ook ondoenlijk van het Openbaar Ministerie te verlangen dat het steeds een voor alle rechtsgenoten begrijpelijk standpunt inneemt. Dat sluit natuurlijk nog niet uit dat op het Openbaar Ministerie, zoals op elk bestuursorgaan, de dure plicht rust ernaar te streven om de maatschappelijke acceptatie van zijn beleid te vergroten. Een van de belangrijkste impulsen om dat doel te bereiken, ligt besloten in een permanente en kritische reflectie door het Openbaar Ministerie op zijn eigen beleid en de consequenties daarvan voor de samenleving of in het concrete geval voor iemands persoonlijke situatie.
Lees de hele column van Prof. mr. T.M. Schalken
De macht van het recht
Mr. T.J.P. van Os van den Abeelen
Titel 1 van boek 1 van het Wetboek van Strafrechtdoet vermoeden dat het Nederland ernst
is met het handhaven van de rechtsorde in de wereld. Series bepalingen om zeker te stellen
dat Nederland mag en kan berechten; als in het geval van niet in Nederland gepleegde misdrijven
Nederlanders in het spel zijn en ook als er sprake is van misdrijven met een internationaal
belang. Meestal is sprake van enige link met Nederland ofwel de voorwaarde dat een meer
aangewezen land de berechting laat lopen dan wel de betrokkene daarnaar niet uitgeleverd kan worden. Enige terughoudendheid ligt bepaald in de rede.
De gedachte dat normaal gesproken ‘de meest gerede staat’ vervolgt is voor de hand liggend. Wellicht is dat het land waaraan het misdrijf, de bedrijvers of de slachtoffers het duidelijkst zijn gelieerd, of een land in de directe omgeving.
Lees deze collumn van Mr. T.J.P. van Os van den Abeelen >>
Mens en recht
Prof. mr. G.P.M.F. Mols
U moet goed opletten wat hier wordt gezegd en u bent niet verplicht tot het beantwoorden van vragen die aan u worden gesteld. U bent verbaasd? Omdat ik zeg dat u niet hoeft te antwoorden terwijl er wel vragen aan u worden gesteld? Ik begrijp dat, het is ook niet eenvoudig. Maar ik moet het u zeggen anders dan zou het zo kunnen zijn dat u zichzelf belast terwijl u dat niet wilt. U zou kunnen denken dat u op alles moet antwoorden hier, maar dat is dus niet zo. U hoeft niets te zeggen maar dat mag natuurlijk wel. Ik zie dat u geen raadsman bij u heeft?
Lees deze column van Prof. mr. G.P.M.F. Mols >>
Genenkorting
Prof. mr. G.P.M.F. Mols
Onlangs berichtte NRC over Promis, het project dat moet leiden tot verbetering van de motivering in strafvonnissen. Een ambitieus project dat een ingroeitraject kent want het is nu eenmaal kennelijk ondoenlijk om alle uitspraken verbeterd te motiveren. Dat is op zich vreemd aangezien alle verdachten recht hebben op een motivering die uitstijgt boven formules en andere bezweringen. Maar een promisvonnis is nog niet zo eenvoudig, zeker niet wanneer er serieuze verweren zijn gevoerd. Nu was de strekking van het bericht dat de rechterlijke colleges de doelstelling in termen van aantallen promisuitspraken niet halen. Deels door gebrek aan tijd, een motivering kost tijd, laat staan een verbeterde, deels door gebrek aan kwaliteit.
Lees de hele column van Prof. mr. G.P.M.F. Mols >>
De klacht
Mr. G.J.W. van Oven
Zo op het oog kent Ne
Op het oog overzichtelijk dus. Waarom kost het mij dan toch telkens
Lees de hele column van Mr. G.J.W. van Oven >>
Omzien in tevredenheid?
Gerard Mols
De laatste decennia verheugen we ons in een stormachtige ontwikkeling van het internationaal strafrecht. De ontwikkelingen zijn sinds Neurenberg snel gegaan. Alleen al het aantal speciale internationale gerechtelijke instanties naast het reguliere internationaal strafhof is aanzienlijk. Die instellingen produceren uitspraken, tussenvonnissen en andere beslissingen die tezamen goed zijn voor een indrukwekkende hoeveelheid leesvoer. De rechtspraak geeft weer aanleiding tot beschouwingen door wetenschappers die vervolgens hun handboeken herhaald zien in vaak uitvoerige requisitoiren, pleidooien en vonnissen. Kortom, het internationaal strafrecht is ook een geweldige business geworden. Zijn we nu blij? Zien we om in tevredenheid?Waarom niet eigenlijk. Er wordt recht gesproken in zaken die voorheen straffeloos dreigden te blijven, er is sprake van wetenschappelijk interessante discussies over onder meer individuele en collectieve aansprakelijkheid, we zien nationaal strafrecht soms aangenaam beïnvloed door beslissingen in een van de internationale instanties. Kortom, alle reden voor tevredenheid. Maar er is ook voldoende reden voor kritische reflectie.
Lees de hele column van Gerard Mols >>
Rechtbanken en hoven verlangen van advocaten dat ze efficiënt en vlot procederen
Dhr. Westendorp
Nog niet zo lang geleden kon in civiele procedures door de advocaat eindeloos om aanhouding worden verzocht voor het nemen van conclusies. Tegenwoordig is dit geheel anders. Rechtbanken geven advocaten geen, dan wel een kort uitstel voor het indienen van conclusies. En dan nog uitsluitend als er sprake is van een dringende reden.
In strafzaken is dit niet anders. Verzoeken van advocaten om de behandeling van strafzaken uit te stellen worden zelden of nooit gehonoreerd, ‘omdat de agenda van de Rechtbank dit niet toelaat’.
Lees de hele column van Dhr. Westendorp >>