Sdu UitgeversScherp in StrafrechtScherp in Strafrecht twitterRSS Feed Contact Home

Column

Column 2

Omzien in tevredenheid?

Gerard Mols, rector magnificus van de Universiteit Maastricht, hoogleraar Strafrecht en Strafprocesrecht

De laatste decennia verheugen we ons in een stormachtige ontwikkeling van het internationaal strafrecht. De ontwikkelingen zijn sinds Neurenberg snel gegaan. Alleen al het aantal speciale internationale gerechtelijke instanties naast het reguliere internationaal strafhof is aanzienlijk. Die instellingen produceren uitspraken, tussenvonnissen en andere beslissingen die tezamen goed zijn voor een indrukwekkende hoeveelheid leesvoer. De rechtspraak geeft weer aanleiding tot beschouwingen door wetenschappers die vervolgens hun handboeken herhaald zien in vaak uitvoerige requisitoiren, pleidooien en vonnissen. Kortom, het internationaal strafrecht is ook een geweldige business geworden. Zijn we nu blij? Zien we om in tevredenheid?Waarom niet eigenlijk. Er wordt recht gesproken in zaken die voorheen straffeloos dreigden te blijven, er is sprake van wetenschappelijk interessante discussies over onder meer individuele en collectieve aansprakelijkheid, we zien nationaal strafrecht soms aangenaam beïnvloed door beslissingen in een van de internationale instanties. Kortom, alle reden voor tevredenheid. Maar er is ook voldoende reden voor kritische reflectie.

Mark Drumbl, een Amerikaanse geleerde, heeft in het jubileumnummer van de Melbourne Journal of International Law, zomer 2009, een aantal kanttekeningen geplaatst bij al te grote tevredenheid.(Mark Drumbl: International Criminal Law: Taking stock of a Busy Decade, in: Melbourne Journal of international law, 2009, p. 38 e.v.). Ik heb het niet over de kosten die gemoeid zijn met de internationale strafrechtspleging, ofschoon het wel interessant is te weten dat een veroordeling door het International Criminal Tribunal for Rwanda gemiddeld dertig miljoen dollar kost terwijl het gemiddelde dagloon in Rwanda 2 dollar bedraagt. Maar rechtspraak mag wat kosten nietwaar. Drumbl noemt drie aspecten die onze tevredenheid ietwat naar beneden zouden kunnen doen bijstellen. Hij noemt ze in modern managementjargon eufemistisch uitdagingen.
De eerste is dat het internationaal strafrecht vooral techniek is en nogal is losgezongen van de context. Daarbij is de rechtspraak naar een hoog internationaal nivo getild en zijn de lokale wijzen van afdoen van onrecht ernstig overschaduwd. En het is zeer de vraag of de manier waarop we thans wreedheden berechten zoveel beter is dan de wijze waarop op nationaal en vooral lokaal nivo dit soort onrechtmatigheden tegemoet zou kunnen worden getreden. Vooral de positie van het slachtoffer is in het nationale en lokale recht sterk geregeld en zoals we allemaal weten, bij de rechtspraak gaat het er ook om dat men ziet dat recht wordt gedaan waarbij het proces zelf onder omstandigheden een hoog therapeutisch gehalte heeft. Diverse procesregels van internationale hoven kennen het slachtoffer een rol toe, maar toch, het kan altijd beter. Zo heb ik het altijd terecht gevonden dat in de zaak van Jean Kambanda, de voormalige premier van Rwanda tijdens de massamoord, zowel de leden van de Appeal Chamber, als de aanklagers, als de verdedigers ( van der Spoel en ik zelf) samen met de verdachte in een toestel naar Arusha vlogen om daar het hoger beroep te doen plaatsvinden. Dat wil niet zeggen dat er veel familie van slachtoffers aanwezig was bij de behandeling, maar het spreken van recht op de plaats delict of in de nabijheid ervan maakt tenminste enigszins zichtbaar dat recht wordt gedaan.

Het is interessant stil te staan bij de vraag of het bijzondere tribunaal zoveel beter is dan de lokale rechtspraak. In zijn algemeenheid kan worden vastgesteld dat verdachten die voor een internationaal tribunaal verschijnen beter af zijn dan degenen die voor de plaatselijke strafrechter terechtstaan. Nog afgezien van de omstandigheid dat in het laatste geval vaak de doodstraf kan worden opgelegd, zijn de overige ( detentie) omstandigheden vaak miserabel. Zo langzamerhand zou men de vraag kunnen opwerpen of de bijzondere tribunalen er ook niet zouden moeten toe bijdragen dat de lokale rechtspraak in meerder opzicht aan de maat is.
En dat brengt me tot het tweede punt van mijn Amerikaanse collega: diversiteit. Er zijn zoveel meer andere vormen van afdoening die wellicht beter recht doen aan het ingewikkelde fenomeen van misdrijven tegen de menselijkheid, die nu vaak worden teruggebracht tot de proportie van de individuele schuld maar waarvan de oorzaken natuurlijk vele malen dieper liggen, vooral ook in de structuur van de plaatselijke samenleving. Kan ons westers georiënteerd internationaal strafrecht wel voldoende tegemoet komen aan de door de slachtoffers en hun omgeving ondergane structurele ellende? Dat is een vraag die zo langzamerhand door middel van wetenschappelijk onderzoek beantwoord moet worden. En daarmee komen we aan de derde uitdaging: de overgang van geloof naar wetenschap. Wij geloven sterk in de zaligmakende functie van het strafrecht, de berechting,de bestraffing en uiteindelijk de opsluiting van de dader. Daar is op zich ook niets op tegen maar het zou goed zijn , nu we inmiddels wel wat ervaring hebben opgedaan, om het geloof om te zetten in een wetenschappelijk programma waarbij onderzocht en getoetst wordt of de doelstellingen die wij menen te kunnen bereiken met de berechting en bestraffing zoals die thans plaatsvindt ook daadwerkelijk worden gehaald. Als dat niet zo is dan rijst eenvoudig de vraag naar de symptoombestrijding en de alibifunctie van het internationale strafrecht. Daarmee kom ik aan het laatste aspect: door de wijze waarop verdachten worden benaderd , berecht en bestraft verdwijnt eenvoudig de dieper liggende oorzaak van de vele wreedheden zoals die jegens mensen worden gepleegd. Staten hebben belang bij de internationale strafrechtspraak omdat juist door de individualisering en de decontextualisering de meer structurele oorzaken uit het zicht verdwijnen omdat ze voor de strafrechtspleging zoals die wordt gehanteerd niet relevant zijn.


Minder blij? Ik heb de overtuiging dat het internationale strafrecht daadwerkelijk kan bijdragen tot een betere wereld. In elk geval kan niet worden getolereerd dat misdrijven tegen de menselijkheid ongestraft blijven. Dat laat onverlet dat het ook tijd wordt om eens door de eerste schil van de fraaie internationaalrechtelijke rechtspraak heen te kijken en te bezien of er daadwerkelijk recht wordt gedaan, of voldoende aandacht is voor de complexiteit van de menselijke wreedheid. Ik denk aan de slachtoffers, aan hun omgeving, aan de veroordeelden en niet in de laatste plaats aan al diegenen die mede verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van een vruchtbare bodem voor daden waarvan de gruwelijkheid eigenlijk met een gewone pen nauwelijks te beschrijven is.


Deze column verscheen eerder in Strafblad

« vorige pagina

Gratis nieuwsbrief

Laat hier uw gegevens achter als u de gratis e-nieuwsbrief 'Scherp in Strafrecht' wilt ontvangen met het laatste nieuws.



Volg ons op

De Vindplaats

Hier wordt de plaats van handeling bezocht van soms geruchtmakende strafrechtelijke zaken.
Arrestatie Vredeoord.pdf
application/pdf - 6451.5kB  Arrestatie Vredeoord
Gouda-Lutz.pdf
application/pdf - 1285.5kB Gouda-Lutz 
De Zwarte Ruiter.pdf
application/pdf - 178.1kB  De Zwarte Ruiter
Spijbelende noodwachtplichtige.pdf
application/pdf - 261.1kB  Spijbelende noodwachtplichtige

Poll

Advocaten moeten opstaan voor de rechters in de rechtzaal
Nee 21%
Ja 78%