Genenkorting
Prof. mr. G.P.M.F. MolsOnlangs berichtte NRC over Promis, het project dat moet leiden tot verbetering van de motivering in strafvonnissen. Een ambitieus project dat een ingroeitraject kent want het is nu eenmaal kennelijk ondoenlijk om alle uitspraken verbeterd te motiveren. Dat is op zich vreemd aangezien alle verdachten recht hebben op een motivering die uitstijgt boven formules en andere bezweringen. Maar een promisvonnis is nog niet zo eenvoudig, zeker niet wanneer er serieuze verweren zijn gevoerd. Nu was de strekking van het bericht dat de rechterlijke colleges de doelstelling in termen van aantallen promisuitspraken niet halen. Deels door gebrek aan tijd, een motivering kost tijd, laat staan een verbeterde, deels door gebrek aan kwaliteit. Daarbij werd met name naar de ondersteuning van de zittende magistratuur verwezen, meer in het bijzonder naar de griffiers. Ik heb altijd geleerd dat de rechter verantwoordelijk is voor zijn uitspraak en men zou verwachten dat promisuitspraken uitgebreid in raadkamer aan de orde komen uit welke beraadslaging legostenen voortkomen die door de griffier nog slechts op elkaar hoeven te worden geklikt op een wijze die in raadkamer is vastgesteld. De griffier schrijft op wat anderen bedenken. Het kan aan de journalist liggen die deze taakverdeling niet helder heeft, maar ik sluit ook niet uit dat de griffier niet zelden wordt opgezadeld met de mededeling van deze zaak een promisuitspraak te maken. De rechter maar evenmin de griffier is geschoold in het verzorgen van verbeterde motiveringen. Wanneer promis daadwerkelijk serieus wordt genomen dan zal er ook meer tijd voor moeten worden vrijgemaakt, niet zozeer door de griffier maar vooral door het college in raadkamer.
Het heeft mij overigens verbaasd, maar wellicht heb ik iets gemist, dat vanuit de rechterlijke macht niet publiek is gemaakt dat de griffier ten onrechte de zwarte piet heeft toegespeeld gekregen.
Ik moest aan promis en de kunst van het motiveren denken toen ik een bericht las over deItaliaanse rechter die een Algerijnse verdachte van moord in appel een korting op zijn straf gaf. De man, Bayout, what is in a name, stond terecht wegens moord. Hij was in eerste aanleg gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar verklaard en mocht een gevangenisstraf van twaalf jaar in ontvangst nemen. Mij is niet bekend hoe de rechter in appel is omgegaan met de toerekenbaarheid maar de verdachte kreeg wel een strafvermindering van drie jaar omdat de magistraat het door of namens de verdachte gevoerde – door de krant genaamd – genetisch verweer had gehonoreerd. Het komt mij voor dat een verweer niet genetisch kan zijn maar desondanks wel kansrijk in Italië. Wellicht een opmaat voor de afdoening van strafzaken tegen de heer B.?
‘Het waren mijn genen, edelachtbare, niet ik’ kopte NRC op 5 november jl. nota bene op de wetenschapspagina. Als het de genen niet zijn dan ik ook niet dacht ik nog want de ik is nu juist samengesteld uit genen, maar dat terzijde. Het verweer kwam er in de kern op neer dat de verdachte een gebrek had aan Monoamine Oxidase A. MAOA is een enzym dat signaalstoffen zoals serotine, norepinephrine en dopamine afbreekt. Het gaat bij deze neurotransmitters om stoffen die medebepalend zijn voor onze gemoedstoestand en een gebrekkige MAOA-huishouding kan tot agressie leiden. Er is al enig wetenschappelijk onderzoek waarin is aangetoond dat ereen relatie is tussen een laag MAOA-gehalte en agressie. De Nijmeegse wetenschapper Brunner ontdekte een en ander voor het eerst in 1994. Uit onderzoek blijkt overigens ook dat er niet zonder meer een op een relatie is aan te tonen tussen een tekort aan MAOA en agressie. Daar is iets meer voor nodig, bijvoorbeeld de omgeving en de omstandigheden waarin men opgroeit. En voorts zijn er aanwijzingen dat etnische afkomst ook nog wel een rol kan spelen.
Hoe de Italiaanse rechter tot zijn oordeel is gekomen is nog niet helemaal helder, maar denkend aan promis zouden zijn Nederlandse collega’s en naar het zich laat aanzien vooral hun griffiers er toch een hele kluif aan hebben verbeterd te motiveren waarom een van moord verdachte voor een strafkorting in aanmerking komt vanwege een tekort aan MAOA. Tegelijkertijd zij men voorbereid: niet uitgesloten mag worden dat in elk geval op de korte termijn met
een zekere regelmaat het ‘genetisch verweer’ gevoerd zal worden. De harde wetenschap penetreert het recht en is er niet meer uit weg te denken. Maar men bedenke daarbij dat indien en voor zover een genetisch defect mede ten
grondslag ligt aan het plegen van een levensdelict dan zou de rechter wel eens juist vanwege de voortdurende gevaarzetting veel sneller tot een langer durende zo niet levenslange opsluiting kunnen concluderen. Dat is promismatig overigens ook een stuk eenvoudiger.
Deze column verscheen eerder in Strafblad
« vorige pagina


