Column Mr. T.J.P. van Os van den Abeelen, De macht van het recht
17-05-2010Titel 1 van boek 1 van het Wetboek van Strafrechtdoet vermoeden dat het Nederland ernst
is met het handhaven van de rechtsorde in de wereld. Series bepalingen om zeker te stellen
dat Nederland mag en kan berechten; als in het geval van niet in Nederland gepleegde misdrijven
Nederlanders in het spel zijn en ook als er sprake is van misdrijven met een internationaal
belang. Meestal is sprake van enige link met Nederland ofwel de voorwaarde dat een meer
aangewezen land de berechting laat lopen dan wel de betrokkene daarnaar niet uitgeleverd kan worden. Enige terughoudendheid ligt bepaald in de rede.
De gedachte dat normaal gesproken ‘de meest gerede staat’ vervolgt is voor de hand liggend. Wellicht is dat het land waaraan het misdrijf, de bedrijvers of de slachtoffers het duidelijkst zijn gelieerd, of een land in de directe omgeving.
Het is eigenlijk merkwaardig dat we daarover internationaal geen beter toepasbare spelregels hebben afgesproken, waarbij met name wordt voorkomen dat geen enkel land zich verantwoordelijk
acht. Het Internationaal Strafhof is in dit opzicht nog maar een heel beperkt begin.
Twee soorten misdrijven kunnen vrijwel zonder enige wettelijke beperking in Nederland worden vervolgd. Dat betreft de diverse vormen van valsemunterij, piraterij in de internationale luchtvaart en wederrechtelijke gedragingen tegen de veiligheid van de zeevaart.
Een Rus die in Mali vervaardigde valse Amerikaanse dollars uitgeeft in Argentinië kan, op Schiphol aangehouden in zijn vluchtpoging naar IJsland, in Nederland voor enige vorm van valsemunterij worden berecht. Het Verdrag ter bestrijding van de valsemunterij uit 1929 was een initiatief van de westerse landen. Toen was men met name beducht voor deuken in het kapitalistische systeem, namelijk in de positie van gegoede burgers. Inmiddels zijn het internationaal monetaire systeem en de financiële verwevenheid van burgers en staten over de gehele wereld zo belangrijk dat grote financiële verstoringen dramatische effecten kunnen hebben die destijds nog nauwelijks konden
worden voorzien. De recente kredietcrisis laat zien dat dit soort gebeurtenissen niet beperkt
zijn tot vormen van valsemunterij. In verband daarmee zou het meer dan voor de hand liggen dat universele rechtsmacht zou worden gecreëerd ten aanzien van te vestigen strafrechtelijke aansprakelijkheid voor een aantal volstrekt onverantwoordelijke gedragingen van particuliere financiële instellingen. Het zelfde geldt met betrekking tot cybercrime, een vorm van misdaad die in omvang en voor wat betreft de te beschermen belangen vrijwel alle vormen van wereldwijde misdaad naar de kroon steekt. Een wereldwijd verdrag met universele rechtsmacht
ter zake van de opgenomen delicten ter vervanging van het huidige Europese verdrag waarbij
overigens ook de Verenigde Staten van Amerika zijn aangesloten zou op zijn plaats zijn. Tijd voor
initiatieven van Nederland?
Voor de veiligheid in de lucht en op zee geldt mutatis mutandis het zelfde. Transport en verkeer in de lucht en over zee zijn in de huidige wereld cruciaal.
Handhaving daarvan heeft vast een generaalpreventieve werking. Het mag niet zo zijn dat lucht- of zeepiraten (en/of terroristen) door gaten in de rechtsmacht vrijuit gaan. En natuurlijk ligt ook daar voor de hand dat de meest gerede staat vervolgt.
Van een (klein) land (als Nederland) mag niet worden verwacht dat het de politieagent van de wereld uithangt. Tegelijk geldt echter dat een ‘minder gerede partij’ zijn verantwoordelijkheid dient te nemen als er geen ‘meest gerede
partij’ tot vervolging bereid blijkt. Maar ja, de betrekkelijkheid der dingen. We hebben onlangs moeten ervaren dat verdragen, de Nederlandse wettelijke regelingen en alle hiervoor geformuleerde uitgangspunten en overwegingen grauwe theorie worden als het eigenbelang ons bij de strot grijpt.
Kijk even mee.
Zeepiraterij door Somalische rovers en afpersers. Op een voor de zeevaart als zenuwcentrum aan
te duiden plaats. Veel landen, waaronder Nederland, die er last van hebben en er is al een aantal dodelijke slachtoffers te betreuren. Nederland behoort tot de landen die in het betrokken gedeelte van de internationale zee patrouilleren
om de rechtsorde te handhaven. Vangen we een aantal piraten ‘in flagrante delicto’. Pogen we ze te vergeefs ter berechting te slijten aan enkele landen in de regio. Constateren we dat de toestand in Somalië zo problematisch is dat
het risico bestaat dat ze na berechting om humanitaire redenen in Nederland willen blijven. Laten we ze los omdat we er onze vingers niet aan willen branden.
Rechtsonmacht!
Mr. T.J.P. van Os van den Abeelen is bestuursrechter
in Amsterdam
« Terug naar overzicht nieuws


