Evaluatie nieuwe werkwijze op basis van het landelijk kader forensische diagnostiek jeugd
08-06-2010Onlangs is een WODC-rapport gepubliceerd over een nieuwe werkwijze op basis van het Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd. Forensische diagnostiek is diagnostiek ten behoeve van een justitiële beslissing, waarvan de uitkomst op de een of andere manier ter toetsing van een rechterlijke instantie kan komen. Forensische diagnostiek kan psychologisch en/of psychiatrisch van aard zijn. Bij minderjarigen kan forensische diagnostiek zowel ten behoeve van een strafrechtelijk als een civielrechtelijk verzoek plaatsvinden.
Centrale vraagstelling
In de periode 2003-2005 is gefaseerd het Landelijk Kader Forensische Diagnostiek Jeugd (FDJ) ingevoerd. Het Landelijk Kader is opgesteld naar aanleiding van klachten in het veld over de kwaliteit van forensische diagnostiek in het jeugddomein. Met de invoering werd beoogd de doelmatigheid van de aanvragen van het forensische onderzoek te vergroten, de doorlooptijden van het forensische onderzoek te verkorten en de kwaliteit van de diagnostische rapportages te verhogen. Om deze doelen te bereiken zijn in het Landelijk Kader de taken en verantwoordelijkheden van de ketenpartners expliciet vastgelegd. Bovendien zijn formats en handreikingen ontwikkeld die dienstbaar zijn aan de benoemde taken.
Binnen het Landelijk Kader wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen forensische diagnostiek in het strafrechtelijke en in het civielrechtelijk domein. Het Landelijk Kader is in het strafrechtelijke domein verplicht van toepassing voor alle ketenpartners. In het civielrechtelijke domein is het Landelijk Kader verplicht voor de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), de zittende magistratuur (ZM) en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Deelname aan het Landelijk Kader door Bureau Jeugdzorg (BJZ) geschiedt, daar waar het de gezinsvoogdij betreft, op vrijwillige basis.
De centrale vraagstelling van het onderzoek luidt:
In welke mate en op welke wijze werken betrokken partijen met de nieuwe werkwijze van het Landelijk Kader FDJ, welke knelpunten doen zich daarbij voor en hoe verhoudt zich dit tot de in het verleden geconstateerde problemen?
Uitkomsten
Uit de evaluatie blijkt dat zowel in het strafrechtelijke als in het civielrechtelijke domein geen uniforme uitvoering wordt gegeven aan het Landelijk Kader. De taakverdeling tussen de ketenpartners krijgt per arrondissement verschillend invulling. Ook loopt het gebruik uiteen van de wegingsinstrumenten en formats uit het Landelijk Kader.
Uit de evaluatie blijkt verder dat de doelen van het Landelijk Kader slechts ten dele zijn bereikt. In het strafrechtelijke domein is de formele kwaliteit van de rapportages toegenomen. De tijdigheid is echter nauwelijks verbeterd, terwijl de manier waarop de noodzaak tot het doen van forensisch onderzoek wordt vastgesteld ook nu nog geen garantie biedt voor een doelmatige aanvraag van het onderzoek pro justitia.
De situatie in het civielrechtelijke domein verschilt enigszins van het strafrechtelijke domein. De kwaliteit van de forensische rapportages werd voor invoering van het Landelijk Kader gemiddeld genomen reeds goed bevonden en ook na invoering wordt over de kwaliteit positief geoordeeld. De doelmatigheid in het civielrechtelijke domein is toegenomen in de zin dat tegenwoordig geen onderzoeken meer worden uitgevoerd die (uitsluitend) behandelvragen beantwoorden. Tevens wordt minder dan in het verleden onderzoek aangevraagd vanuit handelingsverlegenheid. De manier waarop de noodzaak tot het doen van forensisch onderzoek wordt bepaald is echter, net als in het strafrechtelijke domein, nog steeds niet uniform. Ook de tijdigheid van rapportages is nauwelijks verbeterd. Op grond van voorafgaande kan worden geconcludeerd dat de problemen die de aanleiding vormden voor de invoering van het Landelijk Kader grotendeels zijn blijven bestaan.
« Terug naar overzicht nieuws


