Is tussen partijen een overeenkomst van maatschap tot stand gekomen?
01-02-2012Een groep dierenartsen werkt samen in een dierenartspraktijk. Een geschreven contract dat de onderliggende verhoudingen regelt, ontbreekt. De vorm van het samenwerkingsverband is in het verleden anders geweest, maar vast staat dat op enig moment het huidige samenwerkingsverband is ingegaan. Dat samenwerkingsverband houdt in dat alle dierenartsen in het verband, buiten hun beroepsmatige werkzaamheden, bepaalde managementtaken uitvoeren. De oudste dierenarts in dit verband maakt ieder kwartaal een vast bedrag over als voorschot en eenmaal per jaar een variabel bedrag dat wordt overgemaakt als winst. In 2005 stapt één van de dierenartsen uit het verband. Hij stelt dat sprake was van een maatschap en vordert de ontbinding daarvan. Daarbij stelt hij tevens dat hij, nu alle maten gerechtigd waren tot gelijke winstdelen, in de afgelopen jaren hogere winstdelingen had moeten ontvangen.
In cassatie staat de vraag centraal of sprake was van een maatschap, Hoge Raad 2 september 2011, LJN BQ3876. De Hoge Raad oordeelt dat, hoe de oorspronkelijke samenwerkingsvorm van partijen ook moest worden gekwalificeerd, deze niet zomaar van kleur kan verschieten naar een maatschap. Daarvoor is een nieuwe overeenkomst nodig, waaraan de wet geen vormvereisten stelt. Op een rechter die zo'n nieuwe overeenkomst wil afleiden uit gedragingen van partijen over en weer rust een verzwaarde motiveringsplicht. De rechtszekerheid sluit zo'n stilzwijgende overeenkomst niet uit, maar vergt wel dat de ‘geruisloze overgang’ van de ene soort rechtsverhouding naar een andere niet licht mag worden aangenomen. Het hof heeft het ontstaan van de stilzwijgende overeenkomst tot wijziging van de rechtsverhouding voldoende gemotiveerd, aldus de Hoge Raad. Ook de kwalificatie van de nieuwe overeenkomst als overeenkomst van maatschap (wederom op basis van gedragingen over en weer) houdt in cassatie stand. Het zal nu aan de oorspronkelijk aangezochte rechter zijn om zich uit te spreken over de verschuldigde vergoedingen.
Volgens de wenk onder deze uitspraak staat de mogelijkheid dat uit gedragingen een overeenkomst wordt afgeleid op enigszins gespannen voet met de rechtszekerheid, die zich verzet tegen totstandkoming van (wijzigingen in) een rechtsverhouding zonder een expliciete wilsuiting. De Hoge Raad heeft meerdere malen herhaald dat omwille van de rechtszekerheid niet zomaar een stilzwijgende wijziging mag worden afgeleid. De rechtszekerheid staat echter niet geheel aan de stilzwijgende totstandkoming van een (wijzigings)overeenkomst in de weg; in onderstaande zaak houdt de redenering van het hof bij de Hoge Raad stand. In die zin vormt dit arrest geen breuk met eerdere arresten. Het is eerder een toepassing van reeds vastgestelde principes die, in tegenstelling tot het eindresultaat van de eerdere arresten, wel bleek te leiden tot de conclusie dat een stilzwijgende overeenkomst dat stand was gekomen.
« Terug naar overzicht nieuws


