Advocaat J.S. Nan - Minimumstraffen
22-12-2010 Het strafrecht verhardt. De samenleving schreeuwt volgens sommigen om deze verharding. De man van de straat accepteert het niet meer dat verkrachters ‘altijd alleen maar een taakstraf’ krijgen, terwijl een taakstraf – volgens diezelfde man – helemaal geen straf is. Een tijdje de lik in, dat zal veel mensen goed doen, is nu de gedachte.Dat bekt electoraal heel lekker, en met meer dan een stevige oneliner moet je als politicus tegenwoordig ook niet meer aankomen. Wellicht verklaart dit wetsvoorstel 31 938 (of: Voorstel van wet van het lid De Roon tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en van enige andere wetten, strekkende tot wijziging van het sanctiestelsel, tot wijziging van de leeftijdsgrenzen in het strafrecht en tot aanscherping van de bepalingen inzake voorlopige hechtenis). Ik pik de minimumstraf er hier uit (zie voor een uitgebreidere bespreking van het wetsvoorstel Groenhuijsen, DD 2010, p. 105 e.v.).
Het lijkt erop alsof oud advocaat-generaal, thans kamerlid De Roon de Nederlandse Rudolph Giuliani wil worden. Giuliani was de bekende burgemeester van New York City en oud openbaar aanklager – dat schept toch een band moet De Roon gedacht hebben. Hij liet met een zero tolerance beleid de misdaadcijfers in die stad kelderen. Het three strikes and you’re out idee komt uit zijn koker.
Minimumstraffen in de wet dus als panacee voor criminaliteit, in plaats van rechterlijke vrijheid. De softe, overwegend vrouwelijke rechter moet, als zij toch zelden tot het opleggen van de strafmaxima overgaat, dan maar via minima gedwongen worden fors te straffen. Voor veel delicten, waaronder bijvoorbeeld moord, dient ten minste één derde van de mogelijke tijdelijke gevangenisstraf ook daadwerkelijk te worden opgelegd. Voor een aantal andere delicten zijn specifieke minima in het leven geroepen. Voor een bedreiging is dat bijvoorbeeld twee maanden gevangenisstraf.
De tijdelijke gevangenisstraf voor moord wordt in het voorstel opgehoogd naar zestig jaar. De minimale straf is dan dus twintig jaar. Daarmee komt De Roon (ver) boven het gangbare tarief van zo’n twaalf tot vijftien jaar (vgl. Rb Dordrecht 26 november 2010, LJN BO5167). Ik kan me daarnaast schrijnende gevallen voorstellen die wel het wettelijke predicaat moord krijgen, maar die een dergelijke straf, laat staan twintig jaar gevangenisstraf rechtvaardigen. Laat dat nou gewoon aan de strafrechter over.
De voorbedachte raad is in het voorstel overigens kennelijk goed voor tien jaar gevang extra. De straf voor doodslag gaat naar dertig jaar, waarmee de minimumstraf uitkomt op tien jaar. Gelet op de marginale invulling van het bestanddeel voorbedachte raad (een momentje van bezinning kan al voldoende zijn, van een doordacht plan hoeft geen sprake te zijn), is dat verschil tussen moord en doodslag wat mij betreft te groot. Er echt over nagedacht heeft lang niet elke moordenaar.
En wat te denken van de minimumstraf van twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor bedreiging (om een willekeurig voorbeeld te nemen)? Een delict waar je op dit moment aardig je best voor moet doen om een dergelijke straf te krijgen, helemaal als first offender. En nu ik het lijstje nog eens doorneem, zie ik dat op art. 141 lid 1 Sr (openlijke geweldpleging) een minimumstraf van twaalf maanden onvoorwaardelijk dient te komen te staan. Ik had laatst een jongvolwassen cliënt die in een balorige bui met een vriendje op het dak van een oude auto ging zitten, veroordeeld werd wegens openlijke geweldpleging (wat me ook al merkwaardig voorkwam) en een geldboete kreeg van € 400,-. Wil De Roon werkelijk beweren dat deze jongen een jaar moet brommen? Ik dacht het niet.
Hoe staat het er nu voor met deze PVV-proefballon? Ik kon ten aanzien van dit dossier geen andere kamerstukken vinden dan van de hand van De Roon. En verder dan een voorstel met toelichting is ie nog niet gekomen. Daar staat tegenover dat het Kabinet Rutte I (lang zal dit eerste avontuur toch niet duren?) in het regeer- en gedoogakkoord met een eigen, meer bescheiden voorstel zal komen (zie daarover ook A.H. Klip, ‘Slappe rechters’, DD 2010, p. 1253 e.v.). Het gaat dan om gevallen ‘waarin een persoon binnen tien jaar opnieuw wordt veroordeeld voor een misdrijf waarop wettelijk een maximumstraf van twaalf jaar of meer is gesteld.’ Bij een dergelijke recidive is de minimumstraf dan de helft van het wettelijk strafmaximum. Ook hier geldt dat het ene zware misdrijf het andere niet is en er gevallen voorstelbaar zijn die tot draconische resultaten leiden.
Beide initiatieven miskennen wat mij betreft dan ook aan alle kanten dat wettelijke kwalificaties niet aan strafminima te koppelen zijn.
Slecht wetgeven, dat zou strafbaar moeten worden. En de minimumstraf laat zich raden: ontzetting van het actief en passief kiesrecht!
J.S. Nan (advocaat bij Gilhuis Advocaten te Dordrecht en buitenpromovendus aan de Universiteit van Tilburg)
« vorige pagina
Reacties: 1
Robert Peter Kuijper
Geplaatst op: 04-01-2011Chapeau!


