Sdu UitgeversScherp in StrafrechtScherp in Strafrecht twitterRSS Feed Contact Home

Weblog

Advocaat J.S. Nan - Virtuele goederen bestaan niet!

06-02-2012 De tiende stelling van het Leidse proefschrift van B.W. Schermer, Software agents, surveillance, and the right to privacy: a legislative framework for agent-enabled surveillance (2007) luidt: ‘Virtuele goederen bestaan niet.’ Hoewel het als laatste stelling is geponeerd en daarom met een glimlach moet worden gelezen, is de Hoge Raad inmiddels in ieder geval een andere mening toegedaan: virtuele goederen bestaan wel. Op 31 januari jl. deed de Hoge Raad uitspraak over objecten in het computerspel Runscape (LJN BQ9251). Een virtueel amulet en masker werden van het slachtoffer met geweld en met bedreiging met geweld ‘gestolen’. De uitspraak verbaast niet en de Hoge Raad stippelt zelf de route uit naar zijn oordeel en wijst onder meer op zijn arresten waarin elektriciteit en giraal geld eerder al als goederen in de zin van art. 310 en 321 Sr zijn bestempeld. En omdat het slachtoffer de beschikkingsmacht over de – voor alle betrokkenen waardevolle – virtuele items was kwijtgeraakt, zijn ook virtuele goederen niet slechts ‘bits en bytes’, maar goederen waarvan het bezit door de strafwet wordt beschermd.

Hoewel de uitspraak dus niet verbaast, doet deze mijn nekharen wel rechtop staan. Allereerst is er geen noodzaak om het begrip goed uit 1886 nog verder op te rekken. Uit de bewijsmiddelen kan blijken dat hier sprake is of kan zijn van (in willekeurige volgorde): mishandeling (in allerlei vormen, art. 300 e.v. Sr ), dwang als bedoeld in art. 284 Sr (het dulden dat iemand de items in het spel met de avatar van het slachtoffer ‘dropt’ en deze vervolgens zelf oppikt) en afpersing doordat gegevens ter beschikking worden gesteld (art. 317 Sr). Er is dus geen sprake van een leemte in de rechtsbescherming van de ‘bezitters’ van virtuele goederen, die deze sprong van de Hoge Raad nodig maakt. In de strafmaat kan dan zo nodig het doel van de mishandeling etc. worden meegewogen. Dan kan een goed worden opgevat naar de bedoeling van de wetgever, die zal hebben gedacht aan lichamelijke, althans stoffelijke zaken (vgl. ook NLR, aant 4 bij art. 310).

Het is daarnaast de wetgever die moet bepalen wat wel en wat niet strafbaar is, dat vloeit immers uit het legaliteitsbeginsel voort. Onder het mom van rechtsvinding de regel een zeer vergaande invulling geven, waarbij de bedoeling van de wetgever wordt losgelaten, lijkt mij toch in strijd met dit uitgangspunt van ons continentale strafrecht. Wat er nu gebeurt lijkt zo zeer op een analoge uitleg – en niet meer op extensieve interpretatie, wat er verder van de toelaatbaarheid en wenselijkheid daarvan zij – dat de strafrechter hier zijn boekje te buiten is gegaan. In Duitsland is de wederrechtelijke onttrekking van elektriciteit niet voor niets zelfstandig strafbaar gesteld (in art. 248c StGB). Een beslissingen als de onderhavige is in mijn ogen voorbehouden aan de wetgever, niet aan de strafrechter. Soms bedenkt de Hoge Raad zich dat ook wel en is hij terughoudender, zoals in het Stiefkindarrest (NJ 1997, 361) en het arrest over het bestanddeel ‘buiten echt’ in het oude art. 242 Sr (NJ 1988, 613).

In 1921 deed het Electriciteitsarrest veel stof opwaaien. Ik denk dat men met deze uitspraak, gelet op de voorzienbare stap die ons hoogste rechtscollege nu genomen heeft, wel zal kunnen leven. Ik dus niet, maar daar zal niemand wakker van liggen.

Ook in Straatsburg zal men in het licht van art. 7 EVRM geen slapeloze nachten hebben over de handelwijze van de Nederlandse strafrechter (rechtbank en hof te Leeuwarden gingen de Hoge Raad in deze zaak al voor). Ik zou met liefde het tegendeel willen betogen, maar deze uitkomst zal volgens het Europese Hof voor de verdachte(n) redelijkerwijs voorzienbaar zijn geweest.

Is het dan alleen maar klagen in deze blog? Vooruit, één complimentje dan. Het arrest van de Hoge Raad is helder gemotiveerd. De lijn van de rechtspraak over het bestanddeel ‘goed’ wordt genoemd, alvorens die lijn nog maar weer eens verder wordt getrokken. Dat dat wat mij betreft te ver gaat, doet aan de kwaliteit van het arrest zelf niet af. Dat mag dan ook wel weer eens gezegd worden.

J.S. Nan (advocaat bij Gilhuis Advocaten te Dordrecht)


« vorige pagina




Reacties: 0


Voeg je bericht toe







Winkelwagen icon_cart

Gratis nieuwsbrief

Laat hier uw gegevens achter als u de gratis e-nieuwsbrief 'Scherp in Strafrecht' wilt ontvangen met het laatste nieuws.


Volg ons op

Tijdelijk gratis pdf

 Bekijk nu tijdelijk gratis tot 25 mei 2012 de PDF van het E-book ''Statuut voor de verdediging'':
Statuut voor de verdediging_9789012385619.pdf
application/pdf - 287.0kB Statuut voor de verdediging

Vindplaats: plaats van handeling van soms geruchtmakende strafrechtelijke zaken
Arrestatie Vredeoord.pdf
application/pdf - 6451.5kB  Arrestatie Vredeoord
Gouda-Lutz.pdf
application/pdf - 1285.5kB Gouda-Lutz 
De Zwarte Ruiter.pdf
application/pdf - 178.1kB  De Zwarte Ruiter
Spijbelende noodwachtplichtige.pdf
application/pdf - 261.1kB  Spijbelende noodwachtplichtige

Poll

Kan mediation daadwerkelijk een bijdrage leveren in strafrecht?
Nee 41%
Ja 58%